Antilopen

Scroll naar beneden voor het grote Antilopen-soorten-foto-overzicht <<

Soorten

In Afrika leven een groot aantal antilopensoorten (in Kenia 30, in geheel Afrika 72 soorten). De grootste is de elandantilope (950 kg), de kleinste de blauwe duiker (4 kg). In het Afrikaans wordt een antilope meestal bok genoemd, hoewel geiten een andere groep binnen de Bovidae vormen.

Blad- en graseters

Het zijn herkauwende plantenetende zoogdieren. Je kunt onderscheid maken tussen de bladeters (zoals de gnoe, hartenbeest, topi, tommy en grantgazelle) en de graseters (zoals de impala, sabel- en elandantilope). Alle antilopensoorten zijn overdag actief en eten bij voorkeur in de vroege ochtend en de late middag. Enkele antilopesoorten zijn sterk afhankelijk van water (zoals de waterbok), terwijl andere nooit water drinken en al hun vocht uit hun vaste voedsel halen (zolas de spiesbok en generoek).

Roofdieren

De dieren vertrouwen op hun gehoor, reuk en snelheid om te ontkomen aan roofdieren zoals leeuwen, luipaarden, jachtluipaarden en hyena's. Het zijn de oude, gewonde, zieke en uitgeputte dieren, maar vooral de jongen die voor roofdieren een gemakkelijke prooi zijn. Ieder soort heeft zijn eigen taktiek om de vijand te ontlopen. Impala's verstoppen hun jong in het dichte bos en komen het tweemaal per dag voeden. Het jong van een Thomson gazelle verstopt zich in het hoge gras en houden zich daar stil tot het gevaar geweken is. De jongen worden bij de meeste soorten net voor de korte regens geboren.

In het onderstaande foto-overzicht staan een groot aantal antilopen, zodat je goed de verschillen tussen de soorten kunt zien.

Blauwe duiker

Leefomgeving:
Voedsel:

Bosbok (Bushbuck)

Leefomgeving: savanne / bos
Schouderhoogte: 80 cm. Voedsel: bladeren, knoppen, bloemen, vruchten en incidenteel gras.

Dikdik

Leefomgeving: van dicht bos tot open veld
Schouderhoogte: 40 cm.

Grants-gazelle

Leefomgeving: van dicht bos tot open veld
Schouderhoogte: 85 cm. Voedsel: Bladeren en gras. Haalt water uit z'n voedsel en dauw.

Hartebeest

Leefomgeving: open veld
Schouderhoogte: 125 cm. Voedsel: gras, drinken tweemaal per dag.

Impala

Leefomgeving: grasland of dun bos met water in de buurt
Voedsel: gras of bladeren.

Klipspringer

Leefomgeving: rotsachtig terrein
Voedsel: bladeren, bloemen, vruchten van planten tussen de rotsen. Vocht uit voedsel.

Koedoe (Kudu)

Leefomgeving: dicht struikgewas of bos, ook op de steppe, altijd met drinkwater in de buurt
Schouderhoogte: 140 cm. Voedsel: variatie bladeren en planten.

Nyala

Leefomgeving: dicht struikgewas en bos vooral in Zuid-Afrika.
Schouderhoogte: 110cm. Voedsel: gras, bladeren, wortels en vruchten.

Rietbok (Reedbuck)

Sabelantilope (Sable)

Leefomgeving: licht bebost gebied, nabijheid van water
Schouderhoogte: 130 cm. Voedsel: gras, bladeren en planten.

Thomson Gazelle (Tommy)

Leefomgeving: open vlakte en grasland
Schouderhoogte: 60 cm. Voedsel: (kort) gras

>> uitgebreide beschrijving

Google

bezoekers

Dieren